Stucen met Rigips Stucen is een vorm van wandafwerking dat veel gemeen heeft met pleisteren. Het lijkt veel op elkaar, behalve dat stucen weer net ietsje meer handelingen vereist. Op deze pagina meer over stucen, en hoe je het ook zelf kunt doen!

Na het schuren ben je in principe klaar met pleisteren, maar bij het stucen moet je nog een paar dingen extra doen!

Verschil is wel dat je een mooi, glad resultaat krijgt!

Dat is ook het verschil tussen pleisteren en stucen. Met sierpleister hebben de muren een structuur, maar met stucen wordt een muur helemaal glad! Ideaal als je wilt gaan behangen en geen zin hebt om je oude pleisterlaag te laten weghalen, of als je gewoon van hele gladde muren houdt!

Stucwerk kan het interieur van een ruimte een meer minimalistische uitstraling geven, maar met een speciale manier van afwerken, kun je er juist patronen in aanbrengen, zoals met Knauf of Rigips bijvoorbeeld.

Let wel op: na het stucen wordt het maken van gaten in muren en plafonds iets lastiger. Het boren van (grotere) gaten kun je beter aan een aannemer overlaten!

Stucen: de voorbereiding

Stucen is op zich niet zo heel moeilijk, je moet het wel even goed door hebben, je moet een beetje van aanpakken weten, en natuurlijk net als bij alle doe-het-zelf klussen: geduld is een schone zaak!

De basismateriaal van stucwerk is gewoon gips. Een goedkoop materiaal, dus veel kwaliteitsverschil is er niet. Het verschil zit hem meer in de persoon die het stuct, want het is heel belangrijk om nauwkeurig te werk te gaan, zelfs al word je tijdens het stucen moe of heb je geen zin...

Wees dus goed voorbereid en doe dit met twee personen, zodat je elkaar niet alleen gezelschap houdt, maar ook het werk efficiënter kunt verdelen.

Goed, wat hebben wij allemaal nodig?

- stucgaas (om scheuren of naden af te dekken)
- voorstrijk voor stucwerk (hoeft niet altijd)
- ladder
- schone kuip
- mixer
- oplegbord
- troffel
- pleisterspaan
- reilat
- spackmes (ook wel afstrijkmes genoemd)
- schuurspons
- blokkwast
- veel water
- gipsmortel

Het is belangrijk dat er een goede ondergrond is voor het stucwerk: geen losse deeltjes, het moet droog zijn, stofvrij, vetvrij, en zonder kieren of scheuren. De twee laatsten kun je met stucgaas afdekken of "wapenen". In principe is voorstrijk niet nodig bij het stucen, mits er geen zuigende ondergronden zijn als gasbetonblokken of kalkzandsteen. In het laatste geval is het echter wel aan te raden, want anders heb je kans dat het water van het stucwerk te snel in de ondergrond terechtkomt, zodat je stucwerk weer verpoedert!

Wil je er zeker van zijn dat het stucwerk helemaal recht is, dan kun je reiprofielen aanbrengen, zodat het afreien makkelijker wordt.

Het stucen zelf.

Stucen Als je ondergrond helemaal klaar is, kun je beginnen met het gipsmortel te mengen. Doe dit zoals op de verpakking van de gipsmortel staat aangegeven. Gips droogt vrij snel, dus zorg ervoor dat je niet meer mengt dan dat je in 45 minuten kunt aanbrengen!

Nu kun je met een troffel het gips op de oplegbord scheppen, om het vervolgens met de pleisterspaan op de muren of plafond aan te brengen. In dit geval mag je overigens een beetje vaart maken, het hoeft niet perfect glad te zijn, dat komt later.
Heb je alles gehad, dan kun je meteen daarna het gips met een reilat afreien. Op die manier zul je ook snel genoeg merken waar je nog extra gips moet aanbrengen.

Als je hiermee klaar bent, kun je (eventueel) de reiprofielen weghalen om deze weer netjes op te vullen met gips.

Wacht nu 25-30 minuten. Als het aangebrachte gips bijna niet meer in te drukken is, kun je beginnen met het messen. Daar heb je de spackmes of afstrijkmes voor nodig. Hiermee kun je alle oneffenheden weghalen en de muren gladstrijken. Doe dit met een hoek van 45 graden, niet teveel kracht zetten.

15-20 minuten na het messen kun je gaan sponzen met de schuurspons. Dat is wanneer het gips nog een beetje plakt. Maak de schuurspons een beetje nat en schuur de muren in een draaiende beweging.

Meteen daarna kun je het stucwerk pleisteren met een pleisterspaan. Dit doe je door onder een hoek van 30 graden het gips helemaal glad te strijken.

30 minuten later kun je het stucwerk afpleisteren. Hiervoor heb je een (blok)kwast en water nodig om het stucwerk een beetje nat te maken. Nu kun je met de pleisterspaan met een hoek van 30 graden het stucwerk nog gladder krijgen. Als je Knauf Geelband hebt gebruikt, dan is dit het moment om met een schuurspons draaiende bewegingen te maken om er een bepaald structuur in te krijgen.

Nu ben je in principe klaar en kan het stucwerk drogen. Zorg ervoor dat je je gereedschap meteen na gebruik schoonmaakt, want anders wordt het een stuk lastiger om het gips eraf te krijgen!
Over het algemeen geldt voor het drogen van stucwerk: het aantal millimeters aangbrachte stuc staat voor het aantal dagen. Aangezien stucwerk van onder naar boven uitdroogt, kun je er vanuitgaan dat als het stucwerk droog aanvoelt, dat het echt klaar is. Vaak is dat ook te zien aan het stucwerk: als het stucwerk lichter is geworden, is het droog. Als je wilt, kun je er dan overheen schilderen of behangen.